Om menselijk gedrag te kunnen verklaren zijn er in het verleden al veel modellen ontwikkeld. Men heeft daarvoor het liefst een passend model, zoals het ASE model, waarmee je gedrag in de toekomst kunt verklaren. In de laatste decennia ligt de nadruk van het onderzoek naar menselijk gedrag op de Theory of Planned behaviour (TPB; Ajzen,1985). In Nederland wordt deze theorie toegepast en staat het beter bekend als het ASE-model, wat staat voor Attitude (A), Sociale invloed (S) en Eigen effectiviteit (E). Het ASE-model wordt veel gebruikt om bijvoorbeeld gezondheidsgedrag te verklaren. In dit blog nemen we het ASE-model nader onder de loep en stellen we onder andere de vraag of dit veel gebruikte model eigenlijk wel volstaat.

Wat is het ASE-model?

Het ASE-model (De Vries e.a., 1988; Kok e.a., 1990) dat gebaseerd is op de Theory of Planned Behaviour (TPB; Ajzen, 1985) verklaart het ontstaan van menselijk gedrag. Gedrag komt volgens het ASE-model voort uit een intentie. Als Harry bijvoorbeeld een intentie heeft om elke dag push-ups te doen zal Harry dit volgens het model ook gaan uitvoeren, mits er geen barrières zijn en Harry fysiek en mentaal in staat is om push-ups te doen.

Gerelateerde afbeelding

Figuur 1 Het ASE-model

Een intentie ontstaat volgens het ASE-model door drie verschillende factoren namelijk attitude (A), sociale invloed (S) en eigen-effectiviteitsverwachtingen (E). Met eigen-effectiviteitsverwachting wordt bedoeld: de overtuiging van een persoon dat hij in staat is succesvol bepaald gedrag uit te voeren. Of Harry dus de intentie heeft om push-ups te doen hangt af van of hij bijvoorbeeld muesli lekker vindt (A), of zijn vrienden ook push-ups doen (S) en of hij bijvoorbeeld verwacht dat hij in staat is vaker push-ups te doen (E). Maar dat is nog niet alles. Want externe factoren hebben volgens dit model nog weer invloed op de drie eerder genoemde factoren attitude, sociale invloed en eigen-effectiviteitsverwachting. De feedback-loop in het model maakt duidelijk dat het model dynamisch is en dat de concepten uit het model kunnen veranderen als gevolg van ervaringen met het vertonen van bepaald gedrag. Wanneer Harry al eens eerder geprobeerd heeft om push-ups te doen maar met een negatief resultaat of vervelende ervaring, zal dit invloed hebben op het toekomstige gedrag.

Het blijkt uit onderzoek dat de intentie en eigen-effectiviteitsverwachtingen goede voorspellers zijn voor gedrag (McEachan et al., 2011) en dat interventies die grote veranderingen in intenties teweeg brengen waarschijnlijk ook resulteren in een verandering in het gedrag (Webb & Sheeran, 2006).

Kritiek op het model

Ondanks dat het een veelgebruikt model is en er veel onderzoek gedaan is naar de verbanden, is er ook een stortvloed aan kritiek op het ASE-model. De predictieve validiteit van het model, oftewel de mate waarin het model kan voorspellen wat hij zou moeten kunnen voorspellen, wordt sterk in twijfel getrokken.

Een van de belangrijkste kritiekpunten is de focus van het model op de bewuste redenering van mensen en het ontbreken van de rol van emoties. Het model gaat ervan uit dat mensen weloverwogen en doordachte keuzes maken voordat ze gaan handelen. Het feit dat gedrag ook onbewust kan ontstaan en dat gedrag kan worden gestuurd door emoties wordt geheel buiten beschouwing gelaten.

Veel mensen hebben een intentie om gezonder te gaan leven, meer te bewegen of in het geval van Harry: dagelijks push-ups te doen. Maar in het overgrote deel van de gevallen leidt dit nog niet tot het uitvoeren van deze intentie. Oftewel, de voornemens zijn er, maar de actie ontbreekt. Dit ‘gat’ tussen de intentie en het gedrag valt niet te verklaren vanuit het ASE-model.

Tijd voor vernieuwing?

Dat het ASE-model lang niet altijd toereikend is, kunnen we uitleggen aan de hand van onbewuste beïnvloeding. Als we bijvoorbeeld kijken naar nudging, dan is er niet eens een intentie nodig om gedrag te veranderen. Wanneer mensen worden genudget tot ander gedrag, hebben ze vaak niet eens door dat dit het geval is. Wanneer bepaalde producten bijvoorbeeld op ooghoogte staan, is de kans dat mensen deze producten kopen veel groter dan wanneer ze onderin het vak liggen. Hieruit blijkt dus al dat een intentie niet nodig is om gedrag uit te kunnen voeren. Dat is al een tekortkoming van het ASE-model.

Langzaam maar zeker komt er steeds meer bewijs dat bijvoorbeeld gewoonten een veel betere voorspeller zijn van gedrag dan alle factoren van het ASE-model bij elkaar. Veel wetenschappers zijn het er dan ook over eens dat de TPB en het ASE-model niet langer gebruikt moeten worden en dat het tijd is voor iets nieuws. Moeten wij al het menselijk gedrag kunnen verklaren vanuit één model? Wellicht niet.

Was je op zoek naar een manier om gedrag te veranderen met behulp van het ASE model, en weet je nu niet meer wat je moet doen? Download ons gratis e-book ‘7 tips over gedragsbeïnvloeding die je nooit mag vergeten’ via deze link.