Als gedragsveranderaars houden wij ons natuurlijk bezig met het veranderen en dus beïnvloeden van gedrag. Veel mensen gaan er vanuit dat gedrag volgt uit attitudes (= een houding ten opzichte van iets of iemand) en daarom wordt bij het veranderen van gedrag vaak ingespeeld op het veranderen van je attitudes. Maar wist je dat het ook andersom kan? In sommige gevallen kan je gedrag je attitudes veranderen. Heh? Ja, echt waar. In dit artikel leggen we je uit hoe!

Cognitieve wattes?

Wij mensen hechten een grote waarde aan consistentie. We willen dat ons gedrag in lijn is met onze attitudes en andersom. Wanneer onze attitude niet overeenkomt met het gedrag dat we vertonen voelen we ons ongemakkelijk. Deze oncomfortabele, inconsistente staat wordt in psychologische termen ook wel cognitieve dissonantie genoemd. Cognitieve wattes? Juist, cognitieve dissonantie. Deze staat zorgt ervoor dat we onze attitudes gaan veranderen. We willen immers niet inconsistent zijn, dus om ons gedrag en attitudes weer op één lijn te krijgen, moet één van de twee veranderen.

Weinig betalen loont

Klinkt het nog een beetje vaag allemaal? Het volgende onderzoek geeft je een duidelijker beeld van het begrip cognitieve dissonantie. Festinger en Carlsmith deden in 1959 een onderzoek waarbij deelnemers een hele saaie taak moesten uitvoeren. Na het uitvoeren van deze taak moesten de deelnemers tegen de volgende deelnemers liegen over hoe leuk de taak was. De helft van de deelnemers kreeg 1 euro betaald voor deze leugen en de andere helft kreeg hier 20 euro voor. Later toen de deelnemers werd gevraagd hoe leuk ze de taak vonden, gaven de slecht betaalde deelnemers aan dat ze de taak leuk vonden en dat ze dus niet hadden gelogen tegen de andere deelnemers, in tegenstelling tot wat de goed betaalde deelnemers, die aangaven inderdaad gelogen te hebben.

Voor wat, hoort wat

Een begrip wat hierbij van belang is, is insufficient justification. De deelnemers die 20 euro betaald kregen, konden hun leugen rechtvaardigen. Ze kregen er tenslotte voor goed betaald. Maar de deelnemers die maar 1 euro kregen niet. Tja, 1 euro voor vertellen van een leugen, dat is natuurlijk niet genoeg. Dit is waarom de slecht betaalde deelnemers hun mening over de taak gingen veranderen en inderdaad gingen geloven dat het een leuke taak was. Voor 1 euro ga je er in ieder geval niet over liegen, voor wat hoort wat.

Cognitieve dissonantie op zijn best

Cognitieve dissonantie klinkt misschien als een ‘van-van-mijn-bedshow’, maar dat valt allemaal wel mee. Als ex-student of huidig student ben je vast bekend met de gevreesde ontgroeningen bij studentenverenigingen. Dit is eigenlijk een voorbeeld van cognitieve dissonantie op zijn best. Tijdens een ontgroening moeten nieuwe leden allerlei dingen doorstaan waar je, laten we zeggen, niet al te vrolijk van wordt. Na het trotseren van de ontgroening mag je jezelf volwaardig lid noemen. Doordat je voor dit lidmaatschap allerlei rot dingen hebt moeten doen, ben je extra blij met je lidmaatschap. Je gaat toch niet de ontgroening doorstaan als je het niet leuk zou vinden om bij een vereniging te zitten? Slim gedaan dus van die studentenverenigingen!

De geniepigheid van cognitieve dissonantie

Maar goed, niet alleen bij studentenverenigingen komt cognitieve dissonantie voor, we krijgen er allemaal wel eens mee te maken. Denk maar aan die keer dat je moest werken aan een saaie opdracht voor je werk of studie. Het is heel waarschijnlijk dat je tijdens het proces de opdracht steeds meer begon te waarderen. Of die keer dat je iets hebt gedaan voor iemand zonder dat je daar direct iets voor terug kreeg. Bijvoorbeeld boodschappen doen voor je zieke vriend of vriendin. Grote kans dat je na deze actie je vriend(in) aardiger vindt, waarom ga je anders boodschappen voor hem of haar halen?

Kortom, cognitieve dissonantie is overal. En doe daar vooral je voordeel mee, laat anderen de was voor je ophangen/boodschappen voor je halen/de hond uitlaten en de rest komt vanzelf!