We krijgen ontzettend vaak de vraag of nudging wel ethisch verantwoord is. Een logische vraag, want we beïnvloeden mensen regelmatig zonder dat zij dit weten. Om te bepalen of nudging ethisch verantwoord is, moeten verschillende argumenten tegen elkaar worden afgewogen. En wie kan dat beter dan een ethicus? Eline Buitink is masterstudent Applied Ethics en heeft een gastblog geschreven over de ethiek van nudging.


Duwtje in de goede richting

Een van de meest gebruikte methoden om het onbewuste gedrag van mensen te beïnvloeden is hen een klein duwtje in de goede richting te geven, of met andere woorden; nudging. Nudging kan worden gedefinieerd als ‘’elk aspect van de keuzearchitectuur dat het gedrag van mensen op een voorspelbare manier verandert zonder opties te verbieden of hun economische prikkels aanzienlijk te veranderen’’.  Mensen worden door middel van nudging onbewust aangestuurd om een bepaalde keuze te maken, terwijl ze altijd vrij blijven een andere keuze te maken.

Het klinkt ideaal, het aanpassen van het gedrag van mensen zonder hierbij vrijheid te beperken of verplichtingen op te leggen. Mensen maken meer rationele, gezondere en meer milieubewuste keuzes door middel van onbewuste aansturing. Maar de vraag is nu of mensen wel echt zo vrij zijn in het maken van een autonome keuze op het moment van nudging. Is nudging niet eigenlijk een beperking van autonomie en keuzevrijheid? Wat maakt nudging enerzijds moreel toelaatbaar en anderzijds moreel verwerpelijk?

Transparantie

Nudging kan aan de hand van verschillende argumenten worden gezien als onethisch. Ten eerste is er sprake van beperking van autonomie. Wanneer gedrag wordt bepaald door onbewuste duwtjes kun je zeggen dat autonomie wordt beperkt. Een oplossing hiervoor is transparante communicatie over het gebruik van nudging. Wanneer je op de hoogte bent van het feit dat je genudged wordt, is er geen sprake van beperking van autonomie. Een voorbeeld hiervan is dat tijdens een aflevering van ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ wordt vermeld dat er sprake is van product placement. Je bent er op dit moment bewust van dat je wordt overgehaald bepaalde producten te kopen, dus zal je minder snel onbewust overgehaald worden dit product te kopen.

Door deze transparante communicatie zwakt de kracht van nudging af, in sommige gevallen wordt hierdoor afgedaan aan het doel van nudging, in andere gevallen is nudging nog steeds succesvol. Het gebruik van transparante communicatie heeft dus twee gezichten, enerzijds wordt de functie van nudging afgezwakt ten goede van de vrijheid en autonomie van mensen, anderzijds zorgt de afzwakking ervoor dat mensen niet altijd de juiste keuze maken. De grote vraag is nu in hoeverre er voor een ander mag worden bepaald wat goed voor hem is. Mogen overheden ervoor zorgen dat ‘’domme mensen minder domme keuzes maken’’, en zijn gedragswetenschappers de mensen die precies weten wat die juiste keuzes dan zijn? Er vindt hier een tweestrijd plaats tussen keuzevrijheid voor de mensen in de samenleving en een betere, gezondere en milieubewustere samenleving. Je zou kunnen zeggen dat ieder vrij is in zijn keuze zelfs wanneer hij een domme keuze wil maken. Je zou ook kunnen zeggen dat wanneer iemand een domme keuze gaat maken, hij wel een duwtje in de goede richting kan gebruiken. Op deze tweestrijd is niet een eenduidig antwoord te vinden, een gulden middenweg lijkt de beste optie.

Geen misbruik

Nudging kan als onethisch worden bestempeld als het wordt gebruikt voor de verkeerde doeleinden, waarbij mensen negatieve gevolgen ervaren van hun gedrag. Wanneer mensen bijvoorbeeld door middel van nudging worden getriggerd om meer te gaan gokken in een casino, kan dit worden beschouwd als een negatief gevolg van nudging. Zolang er echter geen misbruik wordt gemaakt van de kracht van nudging, en er sprake is van transparante communicatie wat betreft de doelen van nudging is er geen probleem.

Hier staat tegenover dat nudging vaak wordt gebruikt om mensen een gezonde, milieubewuste of rationele keuze te laten maken. In bijna alle gevallen van nudging is het een gedragsverandering ten goede van de persoon zelf. Natuurlijk is dit een subjectief argument, maar wanneer mensen zelf niet in staat zijn de juiste keuze te maken kan dit ook voor ze worden gedaan, ten goede van het algemeen belang. Bepaalde keuzes worden bijna nooit bewust gemaakt, zoals het netjes weggooien van afval of het nemen van de trap. Met behulp van nudging zullen mensen dit wel gaan doen. Bovendien zullen mensen geen negatieve gevolgen ervaren van deze toepassing van nudging.

Al met al zijn er veel opmerkingen te maken over het gebruik van nudging, maar wanneer er rekening wordt gehouden met transparante communicatie er geen misbruik wordt gemaakt van deze methode is nudging moreel niet problematisch.

Wat vinden wij ervan?

Hoe we er zelf over denken bij Shift? Wij willen de wereld graag een beetje mooier, gezonder en duurzamer maken. In veel situaties is nudging een goed middel om dit doel te bereiken. Wij vinden het vooral belangrijk dat mensen er geen negatieve effecten van ondervinden.

Literatuur

Cass R. Sustein, ‘’The ethics of nudging,’’ Yale Journal on regulation 32, no. 2 (summer 2015) pp. 412-450

D.M. Hausman, B. Welch, ‘’Debate: to nudge or not to nudge’’ The journal of political philosophy, Vol. 18, No. 1 (2010) pp. 123-136

Met dank aan Eline Buitink.