Een tijd lang domineerde nudging de gedragsverandering. Een veelbelovende gedragsinterventie, omdat met kleine aanpassingen grote veranderingen teweeg worden gebracht. Aan die dominantie lijkt nu een einde te komen met de introductie van een nieuw begrip, namelijk boosting. Er wordt lovend over boosting gesproken omdat het de beperkingen van nudging zou oplossen. Wij vragen onszelf echter af; is het één echt beter dan het ander?

Nudging: een opfrissertje

Laten we eerst even het geheugen opfrissen. Een nudge betekent letterlijk een duwtje in de goede richting geven. Door aanpassingen in de omgeving worden mensen in een bepaalde richting gestuurd. Denk bijvoorbeeld aan voetstapjes op de grond die lopen in richting van een prullenbak of het plaatsen van gezonde producten op ooghoogte. Deze nudges zorgen ervoor dat we eerder geneigd zijn ons afval in de prullenbak te gooien en gezonde producten te kopen.

Voordelen van boosting

Tussen nudging en boosting zit één belangrijk verschil. Waar nudging direct doelt op gedrag, verandert boosting gedrag door mensen de kennis en tools te geven om zelf goede keuzes te maken. Een voorbeeld van een boost is het aanbieden van een overzicht met verschillende keuze opties voor gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen. Vergeleken met nudging brengt dit een aantal voordelen met zich mee. Een beperking van nudging is dat het weghalen van de interventie (bijvoorbeeld de voetstapjes), leidt tot verdwijnen van het effect (mensen gooien hun afval, net als voorheen, weer op straat). Met boosting voorkom je dit, omdat je mensen een vaardigheid aanleert zorgt weghalen van de interventie niet per se tot verdwijnen van het effect. Daarnaast wordt nudging door sommigen bekritiseerd, omdat het keuzevrijheid zou beperken (of dat terecht is lees je in dit artikel). Boosting zou dit oplossen, omdat het niet direct je gedrag beïnvloedt, maar je kennis geeft zelf je gedrag te veranderen.

Nut van nudging

Boosting klinkt nu wel erg ideaal, dus waarom zou je dan nog nudging gebruiken? Het probleem bij boosting is dat het mensen alleen tools aanreikt, terwijl deze tools niet per se gedrag veranderen. Om een boost te laten werken is wilskracht vereist. Iedereen weet bijvoorbeeld wel dat gezond eten beter voor je is, toch doen we het vaak niet genoeg. Nudging helpt hierbij en zorgt ervoor dat mensen gezonder eten, zonder dat er veel wilskracht voor nodig is.

Nudging + boosting = heilige graal

Wat ons betreft, is boosting geen nieuwe heilige graal en is het één ook zeker niet beter dan het ander. Nudging en boosting zijn juist goede aanvullingen op elkaar. Een nudge kan een duwtje in de goede richting geven, maar betekent lang niet altijd lange termijn gedragsverandering. Een boost kan wel de juiste tools bieden voor lange termijn gedragsverandering, maar zet mensen lang niet altijd aan tot het uitvoeren van het gedrag. Dit is waarom wij nudges en boosts vrijwel altijd met elkaar combineren. Door een probleem te benaderen vanuit verschillende perspectieven, zorg je ervoor dat alle factoren worden aangepakt. Hoe we dit precies doen, beschrijven we binnenkort in een nieuw artikel!