In de Verenigde Staten is de verkiezingsstrijd in alle hevigheid gaande. Donald Trump haalt regelmatig het nieuws door een controversiële speech of uitspraak. Zijn achterban en de ‘Trump Rallies’ zijn ook beroemd en berucht en zeker geen vreemd verschijnsel in het nieuws. Ook hier in Nederland is deze vorm van campagne voeren een hot item. Zo kwam Geert Wilders weer herhaaldelijk in het nieuws om zijn “minder, minder, minder” toespraak van twee jaar geleden, aangezien het proces tegen zijn uitspraken afgelopen week van start ging.

Maar wat maakt Trump en Wilders nou zo controversieel? Wat maakt het dat hun achterban, zo lijkt het, zo veel meer van zich laat horen en vaker in het nieuws komt?

Wij zijn de beste!

Opvallend is dat in de toespraken van Wilders en Trump vaak een sterk appèl wordt gedaan op de culturele identiteit van het publiek. Zo komt in verschillende toespraken van Wilders voor dat hij vindt dat de “macht weer terug moet naar de burger”, dat de Nederlandse soevereiniteit terug veroverd moet worden van Europa en dat het Nederlandse volk weer baas moet worden over hun eigen land, grenzen en politiek. Trump creëert eenzelfde soort saamhorigheidsgevoel onder zijn publiek. Zo betoogt hij bijvoorbeeld dat er meer en beter gezorgd moet worden voor de veteranen die voor ‘hun’ prachtige Amerika hebben gevochten, dat hij Amerika weer groots wil maken en dat hij gaat zorgen voor meer banen en werkgelegenheid voor het volk.

Zij zijn niet zo goed

Aan de andere kant leggen Trump en Wilders negatieve associaties met de groep waarmee hun publiek zich juist niet identificeert. Trump spreekt bijvoorbeeld over banen die afgepakt worden door immigranten of over de Islam en IS die een grote bedreiging vormen voor de Verenigde Staten. Ook Wilders heeft het over de Islam en de islamisering van Nederland. Daarnaast spreekt hij over de Nederlandse cultuur die afbrokkelt, de banen die afgepakt worden, of over de elite in ‘Brussel’ die zich niks aantrekt van de burger (“Henk en Ingrid”). Door te wijzen op de dreiging van ‘anderen’, zoals Marokkanen, vluchtelingen, de PvdA, de Europese Unie, de Islam, etc., proberen zij het groepsgevoel nog sterker te maken. Een dreiging van buitenaf zorgt namelijk voor meer cohesie binnen groepen; mensen hebben het instinct elkaar te beschermen bij dreiging van buitenaf.

Ik herken, dus ik kies?

Wilders en Trump creëeren op deze manier een scherp contrast tussen de positieve aspecten van de sociale groep waar hun publiek zich wel mee identificeert, en de negatieve aspecten van de sociale groep waar hun publiek zich juist niet mee identificeert (respectievelijk de ingroup en de outgroup). Door dit contrast in de wereld te brengen, zorgen Trump en Wilders ervoor dat mensen zich nog meer aangesproken voelen als het gaat om zaken die direct betrekking hebben op henzelf.

In de sociale psychologie wordt dit omschreven in de social identity theory (Tajfel, 1979). De basis van deze theorie houdt in dat mensen hun identiteit ontlenen aan de groep waarbij ze horen (de ingroup). Om hun eigen identiteit te bekrachtigen in de positieve zin, zijn mensen ontzettend positief over hun eigen groep. Een heel bekend voorbeeld hierbij is natuurlijk de prestatie van het Nederlands elftal tijdens het WK of EK voetbal (“Wij hebben gewonnen; wij hebben echt fantastisch gespeeld!”). Om hun eigen identiteit (en dus ook groepsidentiteit) nog positiever naar voren te brengen, gaan mensen andere groepen (de outgroup) negatiever beoordelen (“De tegenstander speelde zo ontzettend slecht; zij kunnen er echt helemaal niks van”). Ook gaan mensen meer denken en praten in stereotypes en vooroordelen over de andere groep, vooral in tijden van materiële of financiële schaarste (denk hierbij dus aan het voorbeeld van de banen die afgepakt worden; zie ook Dion, 1973; Brewer, 1999; Turner, Brown & Tajfel, 2006).

Dat lijkt dan ook de kern van de retoriek van (onder andere) Wilders en Trump: het oproepen van groepsgevoel of –identiteit, gebaseerd op patriottisme en herkenbaarheid van de kiezer met de politiek leider. En dit wordt dan van tijd tot tijd versterkt door negatieve associaties met de outgroup te leggen en een toegevoegde dreiging van buitenaf te creëeren. En het lijkt ook te werken. Waar echter wel over nagedacht kan worden, zeker met het oog op het proces tegen Wilders dat afgelopen week van start is gegaan, is waar de grens getrokken kan en moet worden. Is het ethisch verantwoord om de outgroup op een sterk negatieve manier in het licht te zetten omwille van groepscohesie of stemmers? De uitkomst zal mij benieuwen; ik houd ondertussen Facebook en Twitter nauwlettend in de gaten, op zoek naar wat de kiezers nou echt aanspreekt.